Algemene Voorwaarden
Algemene Voorwaarden bij levering van Wet langdurige-zorg(Wlz)
in natura.

1. Algemeen

ARTIKEL 1 – Definities
a. cliënt: de natuurlijke persoon die zorg afneemt bij een zorgaanbieder;
b. vertegenwoordiger: de curator of de mentor van de cliënt dan wel, indien de cliënt geen curator of mentor heeft, degene die de cliënt schriftelijk heeft gemachtigd om namens hem beslissingen te nemen, dan wel indien ook deze ontbreekt, de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, dan wel indien deze ontbreekt of niet wenst op te treden als vertegenwoordiger, een ouder, kind, broer of zuster van de cliënt;
c. zorgaanbieder: rechtspersoon die zorg verleent, gefinancierd op grond van de
Wet langdurige zorg (Wlz) al dan niet in combinatie met particulier
gefinancierde zorg en/of aanvullende diensten;
d. indicatiebesluit: het besluit van het CIZ waarbij is vastgelegd of en zo
ja, naar welke aard, omvang en duur een zorgvrager in aanmerking komt voor een
zorgaanspraak op grond van de Wlz;
e. geneeskundige handelingen: alle verrichtingen, waaronder inbegrepen onderzoek
en het geven van raad, die rechtstreeks betrekking hebben op de cliënt met als
doel hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan daarvan te behoeden
of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, een en ander zoals beschreven in artikel
7:446-468 Burgerlijk Wetboek (Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst).
Incident: ieder niet beoogd of onvoorzien voorval in het zorgproces met direct of
op termijn merkbare gevolgen voor de cliënt;
f. cliëntondersteuning: ondersteuning van de cliënt, onder meer bij het overleg over het zorgleefplan, waarin het zorgkantoor voorziet;
g. persoonlijk plan: document waarin de cliënt aangeeft welke zorg hij nodig heeft en welke bijdrage aan die zorg hij verwacht van de zorgaanbieder en eventuele andere zorgaanbieders of mantelzorgers.

ARTIKEL 2 – Toepasselijkheid
1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de tussen de cliënt en de
zorgaanbieder gesloten overeenkomst (hierna te noemen de overeenkomst)
met betrekking tot:
a. Zorg met verblijf
b. Verblijf zonder zorg
2. Deze algemene voorwaarden treden niet in de plaats van wettelijke regelingen.

ARTIKEL 3 – Bekendmaking algemene voorwaarden
1. De zorgaanbieder overhandigt de algemene voorwaarden aan de cliënt voorafgaand
aan of bij de totstandkoming van de overeenkomst.
2. Op verzoek van de cliënt licht de zorgaanbieder de algemene voorwaarden
mondeling toe.

ARTIKEL 4 – Afwijking van de algemene voorwaarden
De zorgaanbieder kan niet afwijken van deze algemene voorwaarden, tenzij dat
uitdrukkelijk is overeengekomen met de cliënt en de afwijking niet in diens
nadeel is. Afwijkingen dienen schriftelijk te zijn overeengekomen.

ARTIKEL 5 – Duidelijke informatie
1. Steeds als de zorgaanbieder de cliënt informatie verschaft, doet hij dit op een
voor de cliënt geschikt niveau.
2. Als de zorgaanbieder de informatie elektronisch verschaft, vergewist hij zich
ervan of de cliënt deze informatie kan ontvangen.
3. Indien het belang van de cliënt dit vereist, dient de zorgaanbieder de betreffende
informatie te verstrekken aan de vertegenwoordiger van de cliënt.
4. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat de cliënt of diens vertegenwoordiger gedurende
de looptijd van de overeenkomst voldoende geïnformeerd blijft over voor
hem relevante aangelegenheden aangaande de uitvoering van de overeenkomst.

ARTIKEL 6 – Bevoegdheden van de vertegenwoordiger
De vertegenwoordiger treedt alleen in de rechten en plichten van de cliënt uit hoofde
van deze algemene voorwaarden voor zover de cliënt ter zake wilsonbekwaam is.

2. Informatie

ARTIKEL 7 – Keuze-informatie
1. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat hij die informatie beschikbaar heeft die het
voor de cliënt mogelijk maakt een goede vergelijking te maken met andere
zorgaanbieders, teneinde een weloverwogen keuze te kunnen maken.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat de in het vorige lid bedoelde informatie
beschikbaar is op de website, in brochures of in ander schriftelijk materiaal.

ARTIKEL 8 – De intake
1. Voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst biedt de zorgaanbieder
de cliënt schriftelijke informatie aan over tenminste de volgende punten:
a. de vormen van zorg die de zorgaanbieder kan bieden, de gevolgen van een
nieuwe indicatie als deze lichtere of zwaardere zorg noodzakelijk maakt en
de mogelijkheid van beëindiging vóór afloop van de indicatie als de zorg
niet langer nodig is;
b. de procedure ter verkrijging van een nieuwe indicatie, de mogelijkheid dit
door de zorgaanbieder te laten doen en de gevolgen daarvan;
c. het doorgeven van een contactpersoon en de mogelijkheid tot het aanstellen
van een vertegenwoordiger en de wettelijke regels die daarop betrekking
hebben;
d. mogelijkheid tot het opstellen van een schriftelijke wilsverklaring waarin
de cliënt uit hoe hij wil dat er wordt gehandeld, indien hij in een situatie
komt waarin hij niet meer voor zichzelf kan beslissen;
e. de procedure rond het opstellen van een zorgleefplan;
f. de zorg en/of diensten die de cliënt al dan niet zelf moet betalen en de
keuzemogelijkheid om van die zorg en/of diensten al dan niet gebruik te
maken;
g. recreatiemogelijkheden en overige faciliteiten bij de zorgaanbieder;
h. de mate waarin de zorgaanbieder gebruik maakt van de diensten van vrijwilligers;
i. de bereikbaarheid van de organisatie in geval van een noodsituatie;
j. waar de cliënt aan moet voldoen om de zorgverleners of andere personen
werkzaam bij of in opdracht van de zorgaanbieder in staat te stellen te
werken conform de regelgeving met betrekking tot arbeidsomstandigheden;
k. de mogelijkheid om (woon)wensen van de cliënt te honoreren;
l. de huisregels;
m. het aantal dagen dat de cliënt/familie de beschikking houdt over de kamer
na vertrek of overlijden, teneinde de kamer leeg te maken;
n. de gevolgen van vertrek of overlijden van de cliënt voor diens partner,
indien deze in dezelfde kamer verblijft;
o. de wettelijke mogelijkheden van inspraak, de collectieve medezeggenschapsmogelijkheden
en de manier waarop hieraan invulling is gegeven
inclusief de contactgegevens van het medezeggenschapsorgaan;
p. indien van toepassing, de cliëntvertrouwenspersoon;
q. het beleid ten aanzien van ethische en levensbeschouwelijke vraagstukken;
r. het beleid ten aanzien van vrijheidsbeperking;
s. de klachtenregeling;
t. deze algemene voorwaarden;
u. indien van toepassing de instructies voor eventuele zorgverlening op
afstand;
v. het privacy beleid;
w. het medicatiebeleid.

2. Als de cliënt ten tijde van het laatste gesprek vóór de totstandkoming van de
overeenkomst nog niet beschikt over een indicatiebesluit, verklaart hij schriftelijk
dat een indicatiestelling is aangevraagd.

3. De cliënt informeert de zorgaanbieder meteen, indien hij zorg van andere
zorgaanbieders ontvangt.

3. Totstandkoming overeenkomst

ARTIKEL 9 – Totstandkoming overeenkomst

1. De zorgaanbieder doet op basis van de intake een aanbod aan de cliënt waarin
de te leveren zorg en alle te leveren diensten nauwkeurig zijn beschreven.

2. De overeenkomst komt tot stand wanneer de cliënt het aanbod van de zorgaanbieder
aanvaardt. Ter bevestiging hiervan ondertekenen de zorgaanbieder
en de cliënt de overeenkomst.

3. De overeenkomst bevat in ieder geval:
1. een verwijzing naar de geïndiceerde zorg;
2. een bepaling dat het op te stellen zorgleefplan onderdeel uitmaakt van de overeenkomst;
3. en beschrijving van de diensten waar de cliënt gebruik van wil maken met
een specificatie van de kosten die voor rekening van de cliënt komen;
4. een beschrijving van de overeengekomen aanvullende zorg die voor rekening
van de cliënt komt en een specificatie van de kosten;
5. een regeling betreffende toestemming voor gebruik van gegevens van de cliënt voor kwaliteitsmeting, en een bepaling over de materiele controle van de zorgverzekeraar;
6. indien van toepassing een regeling betreffende partnerverblijf.
7. een bepaling waarin de algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard op de overeenkomst.

4. Zorgleefplan

ARTIKEL 10-Zorgleefplanbespreking

1. De zorgaanbieder organiseert voor aanvang van de zorgverlening of zo spoedig mogelijk daarna een bespreking met de cliënt. Daarbij komen aan de orde:
a. de doelen van de zorgverlening voor een bepaalde periode en de wijze waarop de zorgaanbieder en de cliënt deze doelen trachten te bereiken;
b. de zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorg verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming plaatsvindt en wie de cliënt op de afstemming kan aanspreken;
c. de wijze waarop de cliënt zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de cliënt daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen;
d. de frequentie (tenminste twee maal per jaar) waarmee en de omstandigheden waaronder de afspraken zullen worden geëvalueerd en geactualiseerd.

2. Bij de bespreking van de wijze waarop de cliënt zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de cliënt daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
a. zeggenschap van de cliënt over de inrichting van zijn leven, waaronder de betrokkenheid van mantelzorgers en vrijwilligers;
b. de mogelijkheid om dagelijks te douchen, in overleg met de cliënt wordt dit vastgelegd in het zorgleefplan;
c. tijdige hulp bij toiletgang en het tijdig verwisselen van incontinentiemateriaal;
d. voldoende en gezonde voeding en drinken;
e. een schone en verzorgde leefruimte;
f. een respectvolle bejegening, passend bij de eigenheid van de cliënt, en een veilige en aangename leefsfeer;
g. mogelijkheden voor de cliënt tot het beleven van en leven overeenkomstig zijn godsdienst of levensovertuiging;
h. een zinvolle dag invulling en beweging;
i. de mogelijkheid om dagelijks in de buitenlucht te verkeren;
j. de mogelijkheid tot ontwikkeling en ontplooiing van de cliënt.
3. Voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde bespreking informeert de zorgaanbieder de cliënt over de mogelijkheid om:
a. hem een persoonlijk plan te overhandigen binnen een termijn van tenminste zeven dagen;
b. gebruik te maken van door het zorgkantoor aan te bieden cliëntondersteuning bij de in het eerste lid bedoelde bespreking;
c. mantelzorger(s) bij de in het eerste lid bedoelde bespreking te betrekken.

4. De zorgaanbieder respecteert een weloverwogen wens van de cliënt met betrekking tot de wijze waarop hij zijn leven wenst in te richten, tenzij dit in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd in verband met:
a. beperkingen die voor de cliënt gelden op grond van het bepaalde bij of krachtens een andere wet dan wel de lichamelijke en geestelijke mogelijkheden en beperkingen van de cliënt;
b. de verplichting tot het verlenen van de zorg van een goed hulpverlener en de betrokken professionele zorgverlener daarover een andere professionele zorgverlener heeft geraadpleegd;
c. de rechten van andere cliënten of een goede en ordelijke gang van zaken.

5. De zorgaanbieder is niet gehouden tot meer dan overeenkomt met het indicatiebesluit en met hetgeen door of namens de cliënt is overeengekomen ter zake van aard, inhoud en omvang van de zorg en het verblijf.

ARTIKEL 11-Vertegenwoordiging

1. De vertegenwoordiger betracht de zorg van een goed vertegenwoordiger en betrekt de cliënt zoveel mogelijk bij de uitvoering van zijn taak.

2. Verplichtingen worden niet nagekomen jegens de vertegenwoordiger als dit niet verenigbaar is met de zorg van een goed zorgverlener en de betrokken professionele zorgverlener daarover een andere professionele zorgverlener heeft geraadpleegd.

3. Indien, bij verschil van mening tussen de wilsonbekwame cliënt en zijn vertegenwoordiger, de cliënt weloverwogen vasthoudt aan zijn standpunt, respecteert de zorgaanbieder het standpunt van de cliënt.

4. De zorgaanbieder en de vertegenwoordiger respecteren een schriftelijke verklaring waarin de cliënt aangeeft iets niet te willen, mits hij de verklaring heeft opgesteld toen hij wilsbekwaam was. Om gegronde redenen kan de zorgaanbieder niettemin van zo’n verklaring afwijken.

ARTIKEL 12-Zorgleefplan

1. De zorgaanbieder legt binnen zes weken na de bespreking bedoeld in artikel 10 de uit­komsten daarvan vast in een zorgleefplan. Indien de cliënt hem een persoonlijk plan heeft verstrekt betrekt hij dit bij het opstellen van het zorgleefplan.

2. Indien de cliënt of diens vertegenwoordiger niet bereid waren aan de in artikel 10 bedoelde bespreking deel te nemen, houdt de zorgaanbieder bij de vaststelling van het zorgleefplan zoveel mogelijk rekening met de veronderstelde wensen en de bekende moge­lijk­heden en beperkingen van de cliënt.

3. In het zorgleefplan worden, naast de uitkomsten van de bespreking bedoeld in artikel 10, tevens vastgelegd:
a. de vaststelling dat een cliënt wilsonbekwaam is ter zake van een onderdeel van de zorgverlening;
b. het geen gevolg geven aan een weloverwogen wens, zoals bedoeld in artikel 10, lid 4, van de cliënt of diens vertegenwoordiger;
c. het niet geven van toestemming voor de zorgverlening;
d. de strekking van eventuele wilsverklaringen zoals bedoeld in artikel 11, lid 4 en eventuele besluiten om daarvan af te wijken.

4. De zorgaanbieder legt het zorgleefplan ter ondertekening voor aan de cliënt. Indien de cliënt het zorgleefplan niet ondertekent omdat de gemaakte afspraken hierin naar zijn/haar inzien niet goed zijn weergegeven, vindt overleg plaats tussen cliënt en zorgaanbieder en past de zorg­aan­bieder het zorgleefplan zo nodig aan. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over het zorgleefplan of de cliënt om een andere reden het zorgleefplan niet ondertekent dan vermeldt de zorgaanbieder dit in het zorgleefplan.

5. De zorgaanbieder biedt te allen tijde de cliënt de mogelijkheid tot het inzien van het zorgleefplan.

5. PRIVACY

ARTIKEL 13 – Algemeen

1. Voor de in dit hoofdstuk bedoelde gegevens geldt onverkort hetgeen is bepaald
in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

2. Voor zover de in dit hoofdstuk bedoelde gegevens vallen onder de artikelen
7:446-7:468 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet Bijzondere opnemingen in
psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz), geldt onverkort hetgeen daar is
bepaald.

ARTIKEL 14 – Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
1. De zorgaanbieder moet toestemming krijgen van de cliënt:
a. als er verrichtingen worden uitgevoerd waarvan redelijkerwijs kan worden
verwacht dat die door de cliënt als inbreuk op zijn privacy kunnen worden
ervaren en deze kunnen worden geobserveerd door anderen dan de cliënt;
b. als er foto’s of audiovisuele opnamen worden gemaakt ten behoeve van
publicatie.
2. Onder anderen zoals bedoeld in lid 1 sub a wordt niet verstaan:
a. degenen van wie de medewerking bij de uitvoering van de verrichting
noodzakelijk is;
b. de vertegenwoordiger.
3. Indien de zorgaanbieder bij geneeskundige handelingen of bij een gesprek een
zorgverlener in opleiding of stagiaire aanwezig wil laten zijn, moet hij daarvoor
toestemming krijgen van de cliënt.

ARTIKEL 15 – Bewaren van gegevens
1. Als de zorgaanbieder zorginhoudelijke gegevens over de cliënt vastlegt, blijven
deze gegevens te allen tijde ter beschikking van zowel de zorgaanbieder als de
cliënt.
2. Bij beëindiging van de overeenkomst bewaart de zorgaanbieder de gegevens
en krijgt de cliënt een kopie als hij dat wil. Voor de gegevens bedoeld in artikel
7:454 van het Burgerlijk Wetboek gelden de daar bepaalde bewaartermijn
en de rechten van cliënten ten aanzien van correctie. Voor de gegevens die
bewaard worden op grond van de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen (artikel 56 lid 3 Wet Bopz) en Besluit patiëntendossier geldt de
daarin bepaalde bewaartermijn.
Voor andere gegevens geldt de norm genoemd in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.
3. De zorgaanbieder vernietigt de gegevens binnen drie maanden na een daartoe
strekkend verzoek van de cliënt. Dit geldt niet voor zover het verzoek gegevens
betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk
belang is voor een ander dan de cliënt en voor zover het bepaalde bij
of krachtens de wet zich daartegen verzet.

ARTIKEL 16 – Gegevensverstrekking en verlening van inzage door de
zorgaanbieder aan derden
1. De zorgaanbieder verstrekt zonder de schriftelijke toestemming van de cliënt
geen (inzage in) gegevens over de cliënt aan derden, behalve ter voldoening
aan een wettelijke verplichting.
2. Onder derden als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan:
a. degenen die rechtstreeks zijn betrokken bij de uitvoering van de overeenkomst
voor zover de verstrekking van gegevens en inzage noodzakelijk is
voor de door hen te verrichten werkzaamheden;
b. de vertegenwoordiger voor zover de verstrekking van gegevens noodzakelijk
is voor de uitoefening van zijn taken.
3. Na overlijden geeft de zorgaanbieder desgevraagd inzage in de zorginhoudelijke
gegevens aan de nabestaanden voor zover de cliënt daarvoor schriftelijk
toestemming heeft gegeven of toestemming mag worden verondersteld.
4. De zorgaanbieder instrueert individuele zorgverleners over hun geheimhoudingsplicht
en stelt de cliënt hiervan op de hoogte.

ARTIKEL 17 – Medewerking aan wetenschappelijk onderzoek en onderwijs
1. Telkens als de zorgaanbieder de cliënt wil betrekken bij wetenschappelijk
onderzoek, moet hij daarvoor toestemming hebben van de cliënt.
2. De zorgaanbieder informeert de cliënt over het doel van het wetenschappelijk
onderzoek en de risico’s van medewerking eraan.

6. Kwaliteit en veiligheid

ARTIKEL 18 – Zorg
1. De zorgaanbieder levert zorg met inachtneming van de normen zoals die door
representatieve organisaties van in ieder geval zorgaanbieders en cliënten in
overleg met de Inspectie Gezondheidszorg zijn vastgesteld.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat alle zorgverleners die binnen de organisatie
van de zorgaanbieder of in opdracht van de zorgaanbieder zorg verlenen aan
de cliënt:
a. hiertoe te allen tijde bevoegd en bekwaam zijn;
b. handelen overeenkomstig de voor de zorgverleners geldende professionele
standaarden waaronder de richtlijnen van de beroepsgroep. Afwijking van
de professionele standaard moet de zorgaanbieder motiveren en aan de
cliënt uitleggen. De zorgaanbieder maakt aantekening van de afwijking en
van de uitleg aan de cliënt in het zorgleefplan.
3. De zorgaanbieder zorgt voor continuïteit van de zorg.
4. De zorgaanbieder past geen vrijheid beperkende maatregelen toe, tenzij de
situatie zodanig risicovol is voor de cliënt of anderen dat er geen enkel alternatief is en uitsluitend binnen de wettelijke kaders. Bij toepassing van vrijheid beperkende maatregelen legt de zorgaanbieder in het zorgleefplan vast:
a. de aanleiding tot het nemen van de maatregelen;
b. welke maatregelen zijn genomen;
c. welke alternatieven zijn overwogen;
d. welk effect de vrijheidsbeperking heeft gehad op de cliënt.

ARTIKEL 19 – Veiligheid
1. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat de gebouwen goed toegankelijk zijn en
geschikt voor mensen met een beperking.
2. De zorgaanbieder treft zodanige personele en materiële voorzieningen dat de
accommodatie geschikt is voor de opvang, het verblijf en, indien van toepassing,
de behandeling van cliënten. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat cliënten
op een verantwoorde wijze in de accommodatie kunnen verblijven en, indien
van toepassing, kunnen worden behandeld.
3. De zorgaanbieder maakt gebruik van deugdelijk materiaal.
4. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat adequate maatregelen zijn getroffen ter
voorkoming van brand, inbraak en andere onveilige situaties.
5. De zorgaanbieder heeft een calamiteitenplan en geeft zorgverleners en cliënten
duidelijke instructies wat zij moeten doen bij brand en andere calamiteiten.

ARTIKEL 20 – Afstemming (één cliënt – meer zorgverleners)
A. Binnen de organisatie van de zorgaanbieder
1. Als een cliënt te maken heeft met twee of meer zorgverleners die binnen de
organisatie van de zorgaanbieder of in opdracht van de zorgaanbieder werken,
zorgt de zorgaanbieder dat alle betrokken zorgverleners:
a. elkaar informeren en bevragen over relevante gegevens van de cliënt;
b. de cliënt tijdig doorverwijzen naar een andere zorgverlener voor zover de
zorg buiten de bevoegdheid of deskundigheid van eerstgenoemde zorgverlener
valt, of op verzoek van de cliënt;
c. met elkaar periodiek overleggen over de cliënt;
d. bij overdracht van de cliënt aan een andere zorgverlener, alle relevante
gegevens doorgeven en de cliënt daarover informeren.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat voor de cliënt te allen tijde duidelijk is:
a. wie voor welke handelingen verantwoordelijk is;
b. wie het aanspreekpunt is voor vragen van de cliënt, diens vertegenwoordiger
en familieleden.

B. Binnen en buiten de organisatie van de zorgaanbieder
3. Als een cliënt te maken heeft met twee of meer zorgverleners waarvan tenminste
één niet binnen de organisatie van de zorgaanbieder of in opdracht van
de zorgaanbieder werkt, zorgt de zorgaanbieder ervoor dat:
a. de taken en verantwoordelijkheden rond de zorgverlening aan de cliënt
tussen de betrokken zorgverleners zijn verdeeld;
b. afstemming en informatie-uitwisseling tussen de betrokken zorgverleners
met toestemming van de cliënt plaatsvindt, waarbij de ervaringen van de
cliënt worden meegenomen.

ARTIKEL 21 – Incidenten
1. Zo spoedig mogelijk na een incident informeert de zorgaanbieder de betreffende
cliënt over:
a. de aard en de oorzaak van het incident;
b. of en welke maatregelen zijn genomen om soortgelijke incidenten te voorkomen.
2. Als een incident gevolgen heeft voor de gezondheidstoestand van de cliënt,
bespreekt de zorgaanbieder de voor de aanpak daarvan mogelijke behandelingsalternatieven
met de cliënt en maakt afspraken over de aanvang van de
gekozen behandeling en het vervolg.
3. De zorgaanbieder verleent adequate zorg teneinde de gevolgen van het incident
voor de cliënt te beperken. In geval van spoedeisende zorg betekent dit
dat aan het genoemde in lid 2 niet hoeft te worden voldaan.

ARTIKEL 22 – Zorg voor persoonlijke eigendommen
1. De zorgaanbieder treft maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om schade
aan of vermissing van de eigendommen van de cliënt te voorkomen. De zorgaanbieder
informeert de cliënt over deze maatregelen.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat degenen die onder zijn verantwoordelijkheid
betrokken zijn bij de zorg voor de cliënt, zorgvuldig omgaan met diens
eigendommen.

7. Zorgverlening op afstand

ARTIKEL 23 – Zorgverlening op afstand
1. Indien mogelijk en in samenspraak met en onder verantwoordelijkheid van de
zorgaanbieder verleent, faciliteert en ondersteunt de zorgaanbieder, na toestemming
van de cliënt zorg op afstand. Deze toestemming wordt opgenomen
in het zorgleefplan.
2. De zorgaanbieder spreekt met de cliënt af hoe de voor de zorgverlening relevante
informatie-uitwisseling zal plaatsvinden en de termijnen waarbinnen de
betrokken partijen de informatie moeten verschaffen.
3. De zorgaanbieder informeert de cliënt vooraf over de randvoorwaarden voor
verantwoorde zorgverlening op afstand en controleert of aan die randvoorwaarden
wordt voldaan.
4. Alle rechten en verplichtingen uit hoofde van deze algemene voorwaarden
gelden onverkort in geval van zorgverlening op afstand.

8. Verblijf

ARTIKEL 24 – Gebruik kamer
1. De cliënt mag zonder schriftelijke toestemming van de zorgaanbieder de
kamer niet in gebruik geven aan derden.
2. De cliënt mag zonder toestemming van de zorgaanbieder geen ingrijpende
veranderingen aanbrengen aan de kamer. De zorgaanbieder zal toestemming
alleen weigeren als hij door de veranderingen geen zorg meer kan verlenen aan
de cliënt of aan een volgende bewoner.
3. Zorgverleners, andere personen werkzaam bij of in opdracht van de zorgaanbieder
en vrijwilligers van de zorgaanbieder hebben geen toegang tot de kamer
zonder toestemming van de cliënt, behalve als dat noodzakelijk is voor de
veiligheid of de gezondheid van de cliënt.

ARTIKEL 25 – Onderhoud kamer
1. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat hij de kamer goed onderhoudt. Dit geldt ook
voor de inventaris die eigendom is van de zorgaanbieder.
2. Als de zorgaanbieder, ook na schriftelijk hiertoe door de cliënt te zijn
gemaand, niet voldoet aan de verplichting tot onderhoud, kan de cliënt dit
door een ander laten uitvoeren en de gemaakte kosten in rekening brengen bij
de zorgaanbieder.
3. De cliënt werkt mee aan het onderhoud van zijn kamer. De zorgaanbieder
houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met de wensen van de cliënt.
4. Als de cliënt opzettelijk schade heeft toegebracht aan de kamer of aan de inventaris
die eigendom is van de zorgaanbieder, vergoedt de cliënt de schade.

ARTIKEL 26 – Bezoek
1. De cliënt mag bezoek ontvangen wanneer hij dat wil, mits ook het bezoek zich
houdt aan het bepaalde in artikel 28, vierde en zesde lid.
2. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat hierbij de persoonlijke levenssfeer van de
cliënt en de bezoeker wordt gewaarborgd.

ARTIKEL 27 – Verhuizing binnen of buiten de locatie
1. Bij een voornemen van de zorgaanbieder tot overplaatsing van de cliënt neemt
de zorgaanbieder grote zorgvuldigheid in acht. De zorgaanbieder informeert de
cliënt tijdig over de redenen die aan het voorgenomen besluit tot overplaatsing
ten grondslag liggen en over de procedure. De kosten van de overplaatsing
zijn voor rekening van de zorgaanbieder.
2. Als de cliënt zelf te kennen geeft binnen één locatie overgeplaatst te willen
worden, werkt de zorgaanbieder daar naar vermogen aan mee. De kosten van
de overplaatsing zijn in dat geval voor rekening van de cliënt.

9. Verplichtingen van de cliënt

ARTIKEL 28 – Verplichtingen van de cliënt
1. Elke cliënt legitimeert zich voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst
en gedurende de looptijd van de overeenkomst op verzoek van de
zorgaanbieder met een wettelijk erkend, geldig legitimatiebewijs.
2. Bij de intake geeft de cliënt de naam en de bereikbaarheidsgegevens op van
een contactpersoon en, indien van toepassing, van de persoon die door de
cliënt schriftelijk is gemachtigd in zijn plaats te treden als de cliënt niet
meer in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen.
3. De cliënt geeft de zorgaanbieder, mede naar aanleiding van diens vragen, naar
beste weten de inlichtingen en de medewerking die deze redelijkerwijs voor
het uitvoeren van de overeenkomst behoeft, waaronder begrepen informatie
over een eventuele wilsverklaring.
4. De cliënt onthoudt zich van gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of het
welzijn van andere cliënten, bezoekers, zorgverleners, andere personen werkzaam
bij of in opdracht van de zorgaanbieder en vrijwilligers.
5. De cliënt werkt mee aan instructies en maatregelen van de zorgaanbieder
gericht op de (brand)veiligheid.
6. De cliënt houdt zich aan de huisregels.
7. De cliënt verleent alle noodzakelijke medewerking om de zorgaanbieder in
staat te stellen de zorg te leveren conform regelgeving betreffende de arbeidsomstandig
heden.
8. De cliënt moet zorgverleners en andere personen werkzaam bij of in opdracht
van de zorgaanbieder de gelegenheid bieden hun taken uit te voeren zoals
vastgelegd in het zorgleefplan of in het kader van veiligheid.
9. Zodra de cliënt zorg ontvangt van een andere zorgaanbieder, informeert hij de
zorgaanbieder daarover.
10. De cliënt moet met bekwame spoed melding maken van de door hem geconstateerde
schade.

10. Betaling

ARTIKEL 29 – Betaling
1. De cliënt is de zorgaanbieder de overeengekomen prijs verschuldigd voor de
overeengekomen zorg en diensten voor zover deze niet op grond van de Wlz,
de Wmo of de Zvw rechtstreeks door het zorgkantoor, de gemeente respectievelijk
de zorgverzekeraar worden betaald.
2. Voor de vooraf overeengekomen kosten van zorg en diensten als bedoeld in
artikel 9 lid 3 onder 3e en 4e stuurt de zorgaanbieder een duidelijke en gespecificeerde
factuur aan de cliënt. Voor de diensten als bedoeld in artikel 9 lid
3 onder 3e brengt de zorgaanbieder geen kosten in rekening als de cliënt er
geen gebruik van heeft gemaakt, mits de cliënt zich 48 uur van tevoren heeft
afgemeld.
3. De zorgaanbieder stuurt na het verstrijken van de betalingstermijn een betalingsherinnering
en geeft de cliënt de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst
van de herinnering alsnog te betalen.
4. Als na het verstrijken van de tweede betalingstermijn nog steeds niet is
betaald is de zorgaanbieder gerechtigd rente en buitengerechtelijke incasso
kosten in rekening te brengen vanaf het verstrijken van de eerste betalingstermijn.
De rente is gelijk aan de wettelijke rente. De incassokosten worden berekend conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.

11. Nieuwe indicatie

ARTIKEL 30 – Procedure aanvragen nieuwe indicatie
1. Als de zorgaanbieder constateert dat de geldende indicatie niet meer voldoet
voor de benodigde zorg, heeft de zorgaanbieder een gesprek met de cliënt met
het oog op indiening van een aanvraag voor een nieuwe indicatie.
2. Tijdens dit gesprek
a. legt de zorgaanbieder uit waarom het noodzakelijk is dat de cliënt tijdig
over een nieuwe indicatie beschikt;
b. legt de zorgaanbieder de cliënt de keuze voor om de aanvraag zelf in te
dienen dan wel dit door de zorgaanbieder te laten doen en wijst hij de
cliënt op de gevolgen van die keuze zoals omschreven in lid3;
c. geeft de zorgaanbieder gemotiveerd aan in hoeverre hij de te verwachten
zorg kan blijven verlenen en wat de gevolgen zijn voor de cliënt.
De zorgaanbieder maakt een schriftelijk verslag van dit gesprek en verstrekt
een kopie daarvan aan de cliënt.
d. De zorgaanbieder stelt de cliënt uitdrukkelijk in de gelegenheid een bedenktijd
van twee weken in acht te nemen, als deze daar behoefte aan heeft.
3. Als de cliënt de aanvraag voor een nieuwe indicatie niet, niet tijdig of niet volledig
heeft ingediend en hij daardoor niet tijdig over een nieuwe indicatie beschikt,
kan de zorgaanbieder achteraf kosten in rekening brengen aan de cliënt. Deze
kosten zijn niet hoger dan de aantoonbaar gemaakte kosten met een maximum
van het gecontracteerde tarief voor de geïndiceerde zorg.

ARTIKEL 31 – (Vervallen)

ARTIKEL 32 – Spoedzorg
I De zorgaanbieder kan de spoedzorg zelf leveren
1. Als de zorgbehoefte van de cliënt plotseling zodanig wijzigt dat binnen 24-48
uur substantieel zwaardere of andere zorg nodig is, meldt de zorgaanbieder dit
meteen bij het indicatieorgaan met daarbij, als de zorgaanbieder verwacht dat
de cliënt de zwaardere of andere zorg langer dan 14 dagen nodig heeft, een
aanvraag voor vervolgindicatie. In een gesprek met de cliënt geeft de zorgaanbieder
een toelichting op de spoedprocedure.
II De zorgaanbieder kan de spoedzorg niet zelf leveren
1. Als de zorgbehoefte van de cliënt plotseling zodanig wijzigt dat binnen 24-48
uur substantieel zwaardere of andere zorg nodig is en de zorgaanbieder die
zorg niet kan leveren, meldt de zorgaanbieder dit meteen bij het indicatieorgaan
met daarbij, als de zorgaanbieder verwacht dat de cliënt de zwaardere
of andere zorg langer dan 14 dagen nodig heeft, een aanvraag voor vervolgindicatie.
2. Tegelijkertijd meldt de zorgaanbieder dit aan het zorgkantoor met het verzoek
de cliënt met spoed te plaatsen bij een andere zorgaanbieder.

12. Beëindiging van de overeenkomst

ARTIKEL 33 – Beëindiging overeenkomst
1. De overeenkomst eindigt:
a. door overlijden van de cliënt;
b. bij wederzijds goedvinden;
c. na eenzijdige schriftelijke opzegging van de overeenkomst door de cliënt
of de zorgaanbieder, met inachtneming van het bepaalde in artikel 36;
d. van rechtswege als de overeenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan;
e. ingeval van ontbinding door de rechter.

ARTIKEL 34 – Overlijden
1. Bij de totstandkoming van de overeenkomst geeft de cliënt tevens opdracht
aan de zorgaanbieder voor het (doen) verrichten van de in de organisatie van
de zorgaanbieder noodzakelijke laatste zorg bij overlijden binnen de organisatie
van de zorgaanbieder, voor zover de nabestaanden van de cliënt niet binnen
drie uur na overlijden een andere voorziening treffen.
2. De cliënt heeft te allen tijde gedurende de overeenkomst het recht uitdrukkelijk
te verklaren dat hij van de in de zorgaanbieder noodzakelijke laatste
zorg wil afwijken. In dat geval moet door de nabestaanden binnen drie uur na
overlijden van de cliënt een andere voorziening worden getroffen.
3. Als de noodzakelijke laatste zorg door de zorgaanbieder is verricht zijn de
nabestaanden vrij om eventueel wenselijke laatste zorg door de zorgaanbieder
of door een uitvaartverzorger naar keuze te laten doen. De zorgaanbieder kan
de hiervoor gemaakte kosten in rekening brengen aan de nabestaanden of,
indien van toepassing, aan de uitvaartverzekeraar.
4. De zorgaanbieder is gerechtigd om de kamer na het overlijden van de cliënt te
ontruimen en de daarin aanwezige goederen gedurende maximaal drie maanden
op te slaan als deze goederen niet door erfgenamen van de cliënt zijn
verwijderd binnen een door de zorgaanbieder en de erfgenamen afgesproken
periode van 7 dagen. In onderling overleg kan van de hier genoemde periodes
worden afgeweken. De zorgaanbieder mag voor het opslaan van de goederen een redelijke vergoeding in rekening brengen.
5. Wanneer er sprake is van de situatie dat er geen erfgenamen (bekend) zijn, kan de
zorgaanbieder dit melden aan de notaris of aan het Rijksvastgoed- en ontwikkelbedrijf (RVOB).

ARTIKEL 35 – Opzegging algemeen
1. De cliënt kan de overeenkomst te allen tijde opzeggen, met inachtneming van
een redelijke opzegtermijn. Het bepaalde in artikel 34 lid 4 is van overeenkomstige
toepassing.
2. De zorgaanbieder kan de overeenkomst slechts opzeggen met inachtneming
van het in artikel 36 bepaalde.

ARTIKEL 36 – Opzegging door de zorgaanbieder
1. De zorgaanbieder kan de overeenkomst uitsluitend opzeggen:
a. als de zorgaanbieder de zorg passend bij het nieuwe indicatiebesluit niet
mag verlenen, omdat de zorgaanbieder geen toelating heeft op grond van
de Wtzi voor de geïndiceerde zorg. In dat geval gelden de volgende
vereisten voor opzegging:
1e. de zorgaanbieder neemt een redelijke opzegtermijn in acht;
2e. de zorgaanbieder heeft al bij de intake aan de cliënt duidelijk gemaakt
welke vormen van zorg hij wel en niet verleent;
3e. de zorgaanbieder spant zich in om voor de cliënt een passend alternatief
te vinden.
b. als de zorgaanbieder de zorg passend bij het nieuwe indicatiebesluit niet mag
verlenen, omdat het contract tussen de zorgaanbieder en het zorgkantoor geen
ruimte biedt voor de geïndiceerde zorg. In dat geval is voor de opzegging vereist
dat de zorgaanbieder zich vergeefs tot het zorgkantoor heeft gewend met
het verzoek om toestemming; ook geldt het bepaalde in a onder 1e, 2e en 3e;
c. als de zorgaanbieder de zorg passend bij het nieuwe indicatiebesluit niet
kan verlenen, omdat de zorgaanbieder niet de hiervoor benodigde specialistische
deskundigheid heeft. In dat geval gelden de vereisten voor opzegging
als genoemd in a onder 1e, 2e en 3e;
d. wanneer na crisisopname geen indicatie voor Wlz-zorg wordt verleend;
e. als de zorg niet langer nodig is, terwijl de indicatie nog loopt. In dat geval
gelden de volgende vereisten voor opzegging:
1e. de zorgaanbieder neemt een redelijke opzegtermijn in acht;
2e. de zorgaanbieder heeft al bij de intake aan de cliënt duidelijk gemaakt
dat de overeenkomst eerder kan worden beëindigd dan de indicatie
aangeeft;
3e. de zorgaanbieder heeft de cliënt gewezen op de mogelijkheid van een
second opinion over het al dan niet langer nodig zijn van de zorg.
f. om gewichtige redenen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:
1e. de zorgaanbieder heeft de gronden waarop de voorgenomen opzegging
berust met de cliënt besproken;
2e. de zorgaanbieder heeft de cliënt een passend alternatief aangeboden;
3e. de zorgaanbieder heeft de cliënt gewezen op de mogelijkheid een klacht
in te dienen;
4e. de zorgaanbieder neemt een redelijke opzegtermijn in acht.
2. In de situaties genoemd in lid 1 onder a, b en c eindigt de overeenkomst niet
eerder dan de dag waarop de cliënt zorg ontvangt van de nieuwe zorgaanbieder.
3. In de situatie genoemd in lid 1 onder a tot en met e is de zorgaanbieder gerechtigd
om de kamer na het vertrek van de cliënt te ontruimen en de daarin
aanwezige goederen gedurende maximaal drie maanden op te slaan als deze
goederen niet door of namens de cliënt zijn verwijderd binnen een door de
zorgaanbieder en de cliënt afgesproken periode van 7 dagen. In onderling
overleg kan van de hier bedoelde periodes worden afgeweken. Indien na drie
maanden of na de afgesproken termijn de goederen niet zijn verwijderd, staat
het de zorgaanbieder vrij hierover te beschikken.
De zorgaanbieder mag voor het opslaan van de goederen een vergoeding in
rekening brengen, op voorwaarde dat de cliënt al vóór het aangaan van de
overeenkomst op de hoogte is gesteld van de hoogte van de vergoeding.

ARTIKEL 37 – Informatie bij beëindiging
Bij beëindiging van de overeenkomst als omschreven in artikel 33 onder b en c
vindt een gesprek plaats tussen de cliënt en een hiertoe bevoegde, door de zorgaanbieder
aangewezen functionaris waarbij de voor de nazorg noodzakelijke
instructies aan de orde komen. Dit gesprek omvat in ieder geval:
– aan welke instantie/zorgverlener door de zorgaanbieder informatie wordt
gegeven en welke informatie dit betreft;
– informatie over afspraken die de zorgaanbieder met derden heeft gemaakt
met betrekking tot de nazorg.
Voor zover nodig worden de instructies schriftelijk meegegeven.

13. Klachten en geschillen

ARTIKEL 38 – Klachtenregeling
1. De zorgaanbieder beschikt over een op de wet gebaseerde en voldoende bekend
gemaakte regeling voor de opvang en afhandeling van klachten en behandelt
klachten overeenkomstig deze klachtenprocedure.
2. De klachtenprocedure eindigt met een schriftelijke mededeling aan de cliënt waarin de zorgaanbieder aangeeft of hij naar aanleiding van het oordeel van de klachtencommissie maatregelen zal nemen en zo ja welke.
3. Als de klacht niet naar tevredenheid van de cliënt is afgehandeld, is sprake van een geschil dat voorgelegd kan worden aan de geschillencommissie Verzorging, Verpleging en Thuiszorg..

ARTIKEL 39 – Toepasselijk recht en geschillenregeling
1 Geschillen tussen de cliënt enerzijds en de zorgaanbieder anderzijds over de
totstandkoming of de uitvoering van de overeenkomst, kunnen zowel door de
cliënt als door de zorgaanbieder schriftelijk of op elektronische wijze aanhangig
worden gemaakt bij de
Geschillencommissie Verzorging, Verpleging en Thuiszorg
Postbus 90600
2509 LP DEN HAAG
(www.degeschillencommissie.nl).
2. Ten aanzien van geschillen over aansprakelijkheid voor schade is de geschillencommissie slechts bevoegd als de vordering een financieel belang van 5.000 euro niet te boven gaat.
3. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in behandeling genomen,
als de cliënt zijn klacht eerst volledig en duidelijk omschreven overeenkomstig
artikel 38 bij de zorgaanbieder heeft ingediend.
4. Een geschil dient binnen drie maanden na verzending van de mededeling bedoeld in artikel 38, lid 2 bij de geschillencommissie aanhangig te worden
gemaakt.
5. Wanneer de cliënt een geschil voorlegt aan de geschillencommissie, is de zorgaanbieder
aan deze keuze gebonden. Als de zorgaanbieder een geschil aan de
geschillencommissie wil voorleggen, moet hij de cliënt vragen zich binnen vijf
weken uit te spreken of hij daarmee akkoord gaat. De zorgaanbieder dient
daarbij aan te kondigen, dat als de cliënt daarmee niet akkoord gaat, hij zich
na het verstrijken van voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de
rechter aanhangig te maken.
6. De geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen
van het voor haar geldende reglement. Het reglement van de geschillencommissie
wordt desgevraagd toegezonden. De geschillencommissie beslist in de
vorm van een bindend advies. Voor de behandeling van een geschil is een
vergoeding verschuldigd.
7. Geschillen kunnen ter beslechting uitsluitend worden voorgelegd aan de hierboven
genoemde geschillencommissie of aan de rechter.

14. Overige

ARTIKEL 40 – Wijziging
1. Deze algemene voorwaarden kunnen door de zorgaanbieder worden gewijzigd.
2. Wijzigingen treden 30 dagen na de dag waarop ze aan de cliënt zijn meegedeeld in werking, tenzij in de bekendmaking een latere datum van inwerkingtreding is vermeld. Wijzigingen die rechtstreeks voortvloeien uit wijzigingen in wet- en regelgeving treden in werking op het moment van wijziging van de desbetreffende bepaling in de wet- en regelgeving, tenzij de zorgaanbieder in de bekendmaking een latere datum van inwerkingtreding vermeldt.
3. Wijzigingen gelden ook ten aanzien van op het moment van wijziging reeds bestaande overeenkomsten.

Contact opnemen

Bent u benieuwd of Talma Borgh ook voor u een fijne plek is? Wij denken graag met u mee en kunnen u vrijblijvend advies geven.

Laat u telefoonnummer achter of stuur een mailtje. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.